Met grote zorg constateren wij dat falende pleegzorginstanties, gezinshuizen, zorginstellingen en jeugdbeschermingsorganisaties, zoals in het ernstige mishandelingsgeval van het pleegmeisje uit Vlaardingen, signalen van mishandeling hebben genegeerd. Sommige instanties verleenden zelfs steun aan pleegouders en gezinshuisouders ondanks duidelijke signalen van misstanden. Dit institutioneel falen mag niet onopgemerkt blijven.
In de praktijk werkt het huidige systeem vrijwel volledig via risicotaxaties en dossiers. Deze instrumenten worden bij meldingen vaak leidend gebruikt, waardoor positieve ontwikkelingen bij het kind bij de eigen ouders onvoldoende worden meegenomen. Bij pleegouders, gezinshuizen en instellingen kan het systeem onvoldoende kritisch worden toegepast, waardoor negatieve signalen niet altijd adequaat worden opgepakt. Risicotaxaties dienen ondersteunend te zijn en niet leidend, zodat beslissingen over kinderen gebaseerd zijn op feitelijke observaties en volledige context.
Huidig toezicht vindt grotendeels binnen dezelfde keten van organisaties plaats, waardoor effectieve en onafhankelijke correctie in de praktijk ontbreekt. Adviezen en beslissingen worden vaak uitsluitend op papier genomen, terwijl waarheidsvinding over de veiligheid van een kind ook in de praktijk onafhankelijk moet kunnen plaatsvinden.
Daarnaast moet bij alle belangrijke beslissingen, zoals ondertoezichtstellingen of uithuisplaatsingen, al vooraf een onafhankelijke praktijktoetsing plaatsvinden, uitgevoerd door externe deskundigen. Dit voorkomt fouten en garandeert dat het belang en de veiligheid van het kind werkelijk worden afgewogen voordat een besluit wordt genomen.
Het gebrek aan voldoende externe controle leidt ertoe dat kinderen in kwetsbare situaties onvoldoende beschermd worden. Wij eisen daarom de invoering van een onafhankelijk controlemechanisme dat toezicht houdt op de beslissingen en werkwijze van deze instanties en instellingen, met toepassing van het vierogenprincipe, en dat beschikt over bindende bevoegdheden om in te grijpen bij zowel individuele beslissingen als structurele tekortkomingen binnen instellingen.
Daarnaast benadrukken wij het belang van strikte naleving van kwaliteitsstandaarden binnen pleegzorg, gezinshuizen, instellingen en jeugdbescherming. Bij niet-naleving moeten sancties mogelijk zijn, zoals vermindering van overheidsfinanciering, het instellen van cliëntestops of sluiting van instellingen. Deze sancties dienen altijd gekoppeld te zijn aan onafhankelijk vastgestelde tekortkomingen of structureel falen.
Wij, ondertekenaars van deze petitie, roepen de regering op om:
- Een onafhankelijk toezichtorgaan in te stellen dat de handelwijze van pleegzorg, gezinshuizen, instellingen en jeugdbeschermingsinstanties systematisch controleert en bindend kan ingrijpen bij fouten of structurele tekortkomingen.
- Een landelijk registratiesysteem voor alle gezinshuisouders, pleegouders én pleegzorg- en gezinshuisinstellingen, zodat veiligheid, geschiktheid en eventuele zorgen systematisch worden bijgehouden en gecontroleerd.
- Het vierogenprincipe verplicht te stellen bij belangrijke beslissingen, uitgevoerd door onafhankelijke controleurs buiten de betrokken keten.
- Transparantie, openheid en verantwoording binnen alle instanties te versterken, zodat het belang en de veiligheid van het kind altijd voorop staan.
- Risicotaxaties te reguleren en te beperken tot ondersteunende instrumenten, niet als leidend, en praktijkgerichte observaties verplicht te stellen vóór ingrijpende beslissingen.
- De rechtsbescherming van kinderen en ouders volledig te waarborgen, inclusief het recht op onafhankelijke herbeoordeling buiten de betrokken instanties, zodat ouders en kinderen daadwerkelijk invloed hebben op lopende beslissingen.
- Strikte naleving van kwaliteitsstandaarden te waarborgen en sancties toe te passen bij niet-naleving, waaronder financiële maatregelen, cliëntestops en sluiting van instellingen, gebaseerd op onafhankelijk vastgestelde tekortkomingen of structureel falen.
De bescherming van kinderen mag niet langer afhangen van een gebrekkig systeem waarin toezicht en correctie onvoldoende onafhankelijk zijn georganiseerd. Ingrijpende beslissingen, zoals ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen, moeten gebaseerd zijn op zorgvuldige waarheidsvinding, onafhankelijke praktijktoetsing vooraf, effectief toezicht met bindende bevoegdheden, en de mogelijkheid voor ouders en kinderen om buiten de betrokken instanties invloed uit te oefenen. Alleen zo kan structureel falen worden voorkomen en kunnen kinderen daadwerkelijk veilig opgroeien.